Ds. A. Schot
Laat het sacrament van de doop een sacrament!
Laat het sacrament van de doop een sacrament!
Het sacrament van de doop betekent en verzegelt het werk van de drie-enige God. Het geloof of ongeloof van de dopeling doet niets van dat werk af of aan dat werk toe.
Van de reacties (RD 9-10) op het interview over ”95 stellingen over de doop” (RD 1-10) heb ik kennisgenomen. Ter verduidelijking: mijn boek gaat primair over de betekenis van de doop als teken en zegel van de Evangeliebelofte en niet over de waarde van de doop voor de individuele dopeling. Wil je daarover uitspraken doen, dan moet eerst de betekenis van het sacrament helder zijn. Juist om die betekenis helder te verwoorden zijn deze stellingen bedoeld. In reacties merk ik dat allerlei aanverwante (deel)onderwerpen erbij worden gehaald. Het overvraagt de opzet van mijn boek om daarop in te gaan.
Beloften
Laat het geheim een geheim, zo werd op Opinie opgemerkt. De betekenis van de doop is inderdaad een heilgeheim. Gesteld wordt dat ik de spanning zou oplossen door te stellen dat de beloften van het genadeverbond betrekking hebben op de ware gelovigen. Juist dit kardinale punt haal ik rechtstreeks uit de Bijbel (Galaten 3:16 en 29; Romeinen 9:8). Halen de opponenten niet juist de spanning eruit door deze beloften voor elke dopeling te laten gelden? Stellen dat de doop slechts een aanbieding van het heil is, is juist een onderschatting ervan. Dit sacrament betekent en verzegelt het werk van de drie-enige God. Het geloof of ongeloof van de dopeling doet niets van dat werk af of aan dat werk toe. Om wezenlijk in die belofte te delen is het ware geloof, waarvan de Heilige Geest de Werkmeester is, onmisbaar. In die lijn zie ik het verschil tussen het wezen en de bediening van het genadeverbond. Laat het sacrament een sacrament! In Johannes 8 spreekt Christus de Joden aan die zich op het uitwendige teken willen beroepen, terwijl zij de betekende zaak missen…
Pleiten
Waarom ik voorzichtig ben met de uitdrukking ”pleiten op de doop”? Ik ben me ervan bewust dat het woord ”pleiten” volgens Van Dale niet altijd hoeft te zien op het zich beroepen op een rechtsgrond. Die betekenis heeft het wel in de Bijbel (zie Job 23:7, Job 17:3 kanttek. 8, Psalm 35:1 kanttek. 1). De waterdoop geeft geen recht op genade, wat de uitdrukking ”pleiten” wel kan suggereren. De waterdoop geeft wel voorrechten, die ook een verantwoordelijkheid met zich meebrengen. Nooit heb ik gezegd dat Gods kinderen niet mogen pleiten op hun doop. Zij leren dit doen als David: „Zie mijn berouw, hoor hoe een boet’ling pleit” (Psalm 51:1 berijmd).
Oudvaders
Mijn insteek in het interview was niet om de oudvaders terzijde te stellen, maar op te roepen om hun uitspraken te blijven toetsen aan Gods Woord (Jesaja 8:20; Galaten 1:8). Geen ”nuda Scriptura”, maar ”sola Scriptura”: lees niet alléén de Bijbel, maar toets alles wel daaraan. Laten we oudvaders en puriteinen niet gebruiken om standpunten te onderbouwen die niet in de Schrift te funderen zijn. Luthers doopvisie is voor mij dus niet bepalend. Wij wijzen ook de consubstantiatieleer van deze grote reformator af. Dat ik aangaf in de lijn van ds. G.H. Kersten te staan wil niet zeggen dat mijn doopvisie op hem gebaseerd is. Die is gebaseerd op de Schrift. Ik bedoel niets anders te zeggen dan wat artikel 7 NGB stelt. In verband met de volkomenheid van de Schrift schrijft de oudvader Guido de Brès: „Men mag ook gener mensen schriften, hoe heilig zij geweest zijn, gelijkstellen met de Goddelijke Schriften, noch de gewoonte met de waarheid Gods (want de waarheid is boven alles), noch de grote menigte, noch de oudheid, noch de successie van tijden of personen, noch de conciliën, decreten of besluiten; want alle mensen zijn uit zichzelven leugenaars en ijdeler dan de ijdelheid zelve.
Godsbeeld
Beweerd wordt dat mijn doopvisie het Godsbeeld versmalt. De reactie daarover gaat onder meer over Gods intentie, enzovoorts. Alsof er strijd zou zijn tussen Gods intentie en mijn doopvisie. De vraag is echter wat God in Zijn Woord openbaart over de doop. De vermeende strijdigheid is er pas als mijn doopvisie in strijd blijkt te zijn met de Bijbel. Niet wij bepalen de betekenis van de doop en wat Gods intentie is. Die worden bepaald door Gods Woord zelf.
Cham
Wat Cham in de ark betreft: ik heb gezegd: „Daarmee zijn ze nog niet behouden, want Cham was ook in de ark.” Hiermee zou ik gezegd hebben dat Cham verloren is. Van Cham weten we in ieder geval niet dat hij behouden werd, zoals Noach. Acht zielen werden wel behouden van het water. Maar dat wil nog niet zeggen: voor eeuwig behouden. In de parallelle vergelijking van het volk van Israël dat door de Rode Zee ging, is dat toch volkomen duidelijk! Paulus zegt in 1 Korinthe 10 onomwonden dat het merendeel verloren is gegaan. Het past ons inderdaad niet om te oordelen over de eeuwige staat van mensen als de Schrift dat niet doet.
Kortom, opnieuw mijn oproep: Laten we teruggaan naar Gods Woord. Ik onderschrijf de woorden tot de godvruchtigen in het besluit van de Dordtse Leerregels dat wij van het geloof der Gereformeerde Kerken willen oordelen: „niet uit lasteringen, die hier- en daaruit samengeraapt zijn, ook niet uit private of bijzondere uitspraken van sommige, zo oude als nieuwe leraren, die dikwijls ook te kwader trouw aangehaald, of verdorven en in een verkeerden zin verdraaid worden; maar uit de openbare belijdenissen der Kerken zelven, en uit deze verklaring der rechtzinnige leer, die met eendrachtige overeenstemming van allen en een ieder lid der gehele Synode bevestigd is.”
Ds. A. Schot
Reformatorisch Dagblad, 10 oktober 2026
